Warmte

In 2011 is de Stichting Duurzaam Holten begonnen met het stimuleren van de (collectieve) aanschaf van zonnepanelen (PV’s; zie elders op deze website) Daarna is de SDH aandacht gaan geven aan verduurzaming van met name bestaande woningen.  Aan de orde komen dan onderwerpen als woningisolatie (vloer, dak, wanden, ramen) - deze vindt u hier onder warmte passief - of vermindering van het gasverbruik of "gasloos" worden door toepassing van allerlei nieuwe technieken (zoals optimale inregeling HR-ketel, toepassing van (hybride) warmtepompen).- deze vindt u onder warmte actief -

Verschillende duurzame oplossingen:

Als gevolg van de afspraken die een verdere opwarming van de aarde moeten tegen gaan, zullen steeds meer eisen worden gesteld aan de woningen. Het gaat dan over goede isolatie en sterk verminderen (of geen) gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarming.

Er zijn veel technische mogelijkheden ontwikkeld, die kunnen helpen een woning te verduurzamen. Uiteraard wordt het gebruik van die middelen bepaald door de leeftijd van de woning en de financiële mogelijkheden van de bewoner of de woningcorporatie. 

Voor het verduurzamen van een woning wordt in eerste instantie gekeken naar de mogelijkheden om warmteverliezen te reduceren. Dus kijken naar isolatie van de vloer van de begane grond, van de gevels (spouwmuren, vervangen enkel glas), van het dak. Ook kan de werking van de bestaande verwarming worden verbeterd door betere afstelling; door intelligent regelen (bijvoorbeeld met een zogenaamde zoneregeling).  Zie ook bij Stappenplan verduurzaming woning

De meeste bestaande woningen worden verwarmd met aardgas (CV ketel). Om het gebruik van aardgas (fossiele brandstof) te verminderen of zelfs tot nul te reduceren wordt gekeken naar alternatieven. Verschillende oplossingen worden genoemd en alle zijn afhankelijk van de omstandigheden. Zoals:

1: een warmtenet. Een aantal woningen worden dan aangesloten op een collectieve warmtebron. Bijvoorbeeld de restwarmte van een fabriek of warmte uit de diepe ondergrond. Met deze oplossing wordt hier en daar al geëxperimenteerd. Uitgangspunt is, dat iedere woning in een bepaald gebied wordt aangesloten (verplicht).

2: een warmtepomp. Een warmtepomp kun je zien als een omgekeerde airco. Het maakt warmte. Er zijn enkele varianten. Je kunt een warmtepomp installeren bij een CV (de hybride oplossing). In dit geval hou je de gasaansluiting. Er zijn ook warmtepompen die zonder ondersteuning van een CV de warmte leveren.

Een warmtepomp is een duurzame keuze, omdat hij een klein beetje elektriciteit gebruikt om veel warmte naar binnen te pompen, tot wel vijf keer meer warmte dan elektriciteit. Dit kan uit de buitenlucht of uit de bodem komen. Je zou het soms misschien niet zeggen, maar in de buitenlucht zit warmte – ook als het rond het vriespunt is. Warmte kan ook uit de bodem worden gepompt. Dit heeft als voordeel dat de grond in de winter minder afkoelt en de warmtepomp dus minder hard hoeft te werken (en dus efficiënter is).

Voor alle warmtepompen geldt, dat de woning goed geïsoleerd moet zijn; dat de verwarming een zgn lage temperatuur systeem moet zijn (bijvoorbeeld met vloerverwarming); en dat bij minder of geen gas wel meer stroom wordt gebruikt.

Zie elders op deze site over werking en aanleg van een warmtepomp.

3: een zonnecollector. Een zonneboiler-installatie bestaat uit een collector en een voorraadvat. De collector wordt op het dak geplaatst. Je dak moet daar wel voor geschikt zijn. Een voorraadvat van 80 tot 300 liter wordt meestal bij de CV-ketel geplaatst. Hierin wordt het verwarmde water opgeslagen. Op zonnige dagen kan het water tot wel 90 graden verwarmd worden. Dit voorraadvat kan de warmte enkele dagen vasthouden doordat het goed geïsoleerd is.

Met een zonneboiler kun je de straling van de zon gebruiken om je tapwater te verwarmen. Ook is het mogelijk om een zonneboiler aan te sluiten op je centrale verwarming (CV). Hiermee kun je zo’n 50 procent besparen op de kosten voor warm water. Bij de installatie is het van belang dat de aanwezige warmtebron (HR-ketel of anders) wel geschikt is voor combinatie met een zonneboiler. Bij een gasgestookte installatie moet de ketel hiervoor het NZ-label (Naverwarming Zonnewarmte) hebben.

4: een warmtewisselaar in de rioolafvoer. Dit is een recente ontwikkeling. Het systeem wordt geplaatst in het laatste deel van het huisriool (meestal kan dit het beste in de kruipruimte). De warmte wordt middels een kleine warmtepomp via een opslagvat (boiler) weer “opgewaardeerd” voor de woning.

5: een warmtewisselaar in de woningventilatie.

Kiezen voor een van deze technieken vraagt vaak technische wijziging van de in de woning aanwezige installatie en vraagt in veel gevallen een forse investering.